Wordt de vertrouwenspersoon verplicht? Nieuwe wet …

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om hun werknemers te beschermen tegen psychosociale arbeidsbelasting. Daaronder vallen agressie en geweld, seksuele intimidatie/ongewenste intimiteiten, pesten, discriminatie en werkdruk. Van een leidinggevende, of collega, maar ook van klanten van de organisatie. Werkgevers moeten hiertegen beleid opstellen en uitvoeren. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan een onderdeel van dit beleid zijn, maar verplicht is dat op dit moment niet.

Tussen 12 maart en 30 april 2020 vond een internetconsulatie plaats van het ‘Wetsvoorstel Vertrouwenspersonen’. Het wetsvoorstel wil dat méér werkgevers een vertrouwenspersoon aanstellen voor betere steun van werknemers. Omdat preventie heel belangrijk is, staat in het voorstel dat de vertrouwenspersoon invloed kan uitoefenen op het beleid van de organisatie over ongewenste omgangsvormen.





Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, heeft dat financiële consequenties voor werkgevers. Door de wet zal de Arbowet namelijk aangepast gaan worden: de vertrouwenspersoon wordt verplicht (artikel 13a lid 2 Arbowet). Gelukkig biedt de wet de werkgever volgens artikel 13a lid 3 Arbowet de keuze: het kan met een interne vertrouwenspersoon, een externe vertrouwenspersoon – zoals Gesterkt - of via de brancheorganisatie.

Artikel 13a Arbowet heet ‘Bijstand door vertrouwenspersonen’: ´De werknemer die in de arbeidssituatie is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen, waaronder begrepen direct en indirect onderscheid, intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld of pesten, kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon. Als het niet mogelijk is de functie van vertrouwenspersoon binnen het bedrijf te organiseren, wijst de werkgever mede of uitsluitend een of meer externe personen aan als vertrouwenspersoon.


De Arbowet zal ook de taken regelen. De vertrouwenspersoon heeft als taken voor de werknemer onder andere: het opvangen, begeleiden en adviseren van de werknemer, en het bemiddelen bij conflicten (bij ongewenste omgangsvormen), het adviseren over en behulpzaam zijn bij eventueel verder te nemen stappen door de werknemer en verlenen van nazorg. Vertrouwenspersonen moeten zodanig zijn in aantal en ook zoveel beschikbaar zijn dat zij de functie van vertrouwenspersoon naar behoren kunnen vervullen.

Maar ook de organisatie of werkgever profiteert van de deskundigheid van de vertrouwenspersoon. De taken zijn daarin onder andere: het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, inlichtingen geven over preventie en bestrijding van ongewenste omgangsvormen, het geven van voorlichting ter zake van ongewenste omgangsvormen en het jaarlijks uitbrengen van een verslag van bevindingen aan de werkgever en de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.

Belangrijk voor het zo goed mogelijk uitoefenen van de taken en bevoegdheden is dat de wet waarborgt, dat vertrouwenspersonen de functie zelfstandig en onafhankelijk en vertrouwelijk kunnen vervullen. Ook de geheimhoudingsplicht wordt vastgelegd.


21 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven