Het verhaal vertellen
Een recente rechterlijke uitspraak bleef me bij.
Een werkneemster zegt dat zij discriminatie ervaart. Later spreekt zij ook over pesten. Haar werkgever vraagt haar meerdere keren om concreet te maken wat er gebeurt. Dat lukt onvoldoende.
De verhoudingen verslechteren. Er volgen incidenten, een waarschuwing, mediation en uiteindelijk een ontbindingsprocedure.
De rechter oordeelt dat beide partijen aan de verstoring hebben bijgedragen. Terugkeer naar de eigen afdeling is inmiddels geen reële mogelijkheid meer.
Een eerder moment in het verhaal: al in 2024 werd afgesproken dat de werkneemster met een vertrouwenspersoon zou spreken, maar kennelijk is het daar niet van gekomen.
Nu staan werkneemster en werkgever voor de rechter en lijken beide partijen te verliezen. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen, de werkgever moet verder met de werkneemster. Het signaal van de ervaren discriminatie heeft geen plek gekregen.
En de werkneemster die zich gediscrimineerd voelt verliest ook. Ze kan niet meer naar haar eigen afdeling terug en de onderlinge verhoudingen zijn beschadigd. Erger is misschien wel dat zij de discriminatie ervaart, dat de rechter zegt dat begrijpelijk is dat zij zich ongemakkelijk voelde, maar de discriminatie niet ‘concreet heeft kunnen maken’.
Dat moet moeilijk zijn om mee om te gaan, zo helemaal aan het einde van de escalatieladder.
Een mooie reminder, ook.
Vertrouwenspersonen kunnen door te luisteren en de vragen iemand helpen woorden te geven aan wat er gebeurt.
We vragen: Wat is er precies gebeurd? Wanneer gebeurde het?
Welk gedrag ervaar je precies als pesten of discriminatie?
Wat was de impact van het voorval? En: wat zou je willen dat er nu gebeurt?
Uit Rechtbank Den Haag 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:24217.



Opmerkingen